Ik ben zo gek nog niet

Heleen Wadman, 34 jaar, werkt als ervaringsdeskundige beleidsmedewerker bij een grote GGZ-instelling. Is van haar 14e tot 27e intensief in zorg geweest binnen de GGZ waarbij veel verschillende behandelingen en diagnoses aan bod zijn gekomen. Wat ze in ieder geval heeft geleerd is dat een herstelproces zich niet laat dwingen, wel ondersteunen.

Mijn herstel

Mijn herstel kreeg een duidelijke vorm rond mijn 25e. Hiervoor had ik al diverse grepen gedaan naar een gelukkiger leven, maar deze werden mede door mijn diagnose snel de kop in gedrukt. Mijn diagnose Bipolaire 1 Stoornis, is een lastige om van te herstellen. Niet alleen door het levenslange vonnis van medicatie en behandeling wat deze stoornis met zich meedraagt, maar ook door de nauw beschreven symptomen die ervoor zorgen dat elke uiting van kracht, onvrede of emoties worden weg gezet als ‘episodes’ of schommelingen. Wat het ook nog erg lastig maakte was dat mijn omgeving inmiddels goed getraind was door de psychiatrie om waakzaam te zijn op dit soort schommelingen. Daarnaast deed ik zelf ook erg mijn best om het kleine beetje wat mij nog gelukkig maakte te behouden. Elk teken van leven gaf ik braaf door aan mijn behandelaar, waarna we de medicatie verhoogden zodat ik mijn stabiliteit snel weer terugkreeg.


Waakzaamheid

De waakzaamheid werd gedreven door angst, en die angst was groot. Niet alleen omdat ik tijdens mijn puberjaren verschillende acties heb gehad waarin ik mij en mijn omgeving veel verdriet en wanhoop heb bezorgd. Maar ook omdat gebeurtenissen als een manie of een depressie als iets catastrofaals beschreven worden die je overkomen zonder dat je er zelf wat aan kan doen. Ondanks dat mij vaak werd gezegd dat ik vertrouwd werd en ik zelf vond dat ik veel zelfvertrouwen had, was hier in het opzicht van mijn ziekte geen enkele sprake van. Niet door mijn behandelaars, niet door mijn omgeving en zeker niet door mijzelf.


Vangnet

De behandelaars en omgeving werden een ‘vangnet’ genoemd voor crisissituaties. Dit vond ik zelf een fijne term, ik stelde me hier een groot net bij voor dat mij op zou vangen als ik zou vallen. Deze voorstelling was niet helemaal hoe het in de werkelijkheid gebeurde. Het vangnet was een net waarin ik als een vis gevangen zat en rondjes zwom op zoek naar een uitweg. De behandelaar die ik in die tijd had, was in tegenstelling tot de behandelaars die ik daarvoor had gehad een man die ik vertrouwde. Ik bezocht hem elke twee weken en ik was altijd ruim op tijd, maar bleef nooit langer dan tien minuten. Het leek een soort morele plicht voor mijzelf en vooral voor mijn omgeving om hem te bezoeken. Ik bleef nooit echt praten, omdat ik mij heel angstig voelde buiten mijn huis. Ik had veel irreële angsten die tegen het psychotische aan lagen en dit zorgde ervoor dat ik niet de mogelijkheid vond om op een rustige manier in gesprek te gaan. Met het oog op deze angsten en de grote invloed wat het op mijn leven had, stelde mijn behandelaar voor om een cursus hartcoherentie te gaan doen. Bij deze cursus leer je jezelf weer in een rustige toestand te brengen door middel van ademhalingstechnieken.  Dit was een schot in de roos.Niet alleen kreeg ik controle over mijn angsten, maar door de theorie over een rationeel en emotioneel brein óók weer over mijn gedachten.


Eigen regie

Ik werd opeens weer een beetje baas over mijzelf! Ik kreeg gevoel dat ik eindelijk zelf in de hand kon hebben hoe ik mij voelde en daarom ook hoe het met mij ging. Dit was zo’n opluchting dat er een hele wereld voor mij open ging, dit zou mijn hele leven gaan veranderen. In deze periode ontmoette ik ook een jongen waar een intense liefde uit vloeide. Deze jongen vertrouwde mij, hij was niet bang voor mij of mijn ziekte. En nog mooier, ik vertrouwde hem. Ik wilde op mijn best zijn, niet meer mijn dagen vullen met alcohol en drugs om de verveling te verdrijven. Na tien jaar antipsychotica en stemmingsstabilisatoren besloot ik eens te kijken hoe ziek ik nou eigenlijk was. Ik wilde weer bij de normale mensen kunnen horen, niet meer ziek zijn en zonder medicatie.


Ups en downs

Ik ging stoppen met mijn medicatie. Mijn klachten verdwenen als sneeuw voor de zon, maar er kwamen ook nieuwe klachten bij. Zowel fysiek als mentaal had ik een zware tijd met veel ups en downs. Mijn vriend bleef mij steunen, hij liet me vallen en zelf weer opstaan. Keek ernaar en zei dat het wel goed zou komen:

“Jij kunt dit, jij bent sterk genoeg, je moet het alleen echt zelf leren doen”

Elke keer krabbelde ik weer op, ik leerde ervan en besloot niet weer in dezelfde valkuil te willen vallen. De normale onbekende mensen op straat bleken hier een goede hulp bij te zijn. Ging het niet goed met me, dan werd ik niet gezien of betuttelend aangesproken. Ging het wel goed, dan had ik gezellige gesprekjes in de supermarkt of op straat. Deze onbekende normale mensen waren niet getraind door de psychiatrie om op mijn schommelingen te letten. Ze gingen er zelfs steeds vaker niet vanuit dat ik ziek was. Het was een hele pure reactie wat zij mij gaven, precies de objectiviteit die ik nodig had om mijn stemming en gemoedstoestand voor mijzelf te bevestigen. Het hele traject van vallen opstaan en weer doorgaan was een heftig gevecht met verwachtingen, verplichtingen, emoties, belangen van mij en mijn omgeving en vooral met mijzelf.


Mijzelf begrijpen

Ik vertelde mijn visvangnet hoe ze voor mij moesten zorgen, wat ze konden doen en vooral wat ze niet moesten doen. Dat ik soms geen hulp nodig heb, maar gewoon een beetje rust. Ik ging zoeken naar mensen die mij konden helpen met de kuilen op de weg die ik tegenkwam. Ik vond dit alternatieve in geneeswijzen zoals een homeopaat en een hapto-therapeut. Ik bleef elke twee weken bij mijn behandelaar langs gaan, maar nu was een uur te kort. Ik had zoveel te vertellen, te snappen en te voelen. Het was soms zoveel dat ik het idee had dat mijn hoofd uit elkaar knalde, ik had zoveel in te halen! Ik begon mezelf te begrijpen, zelfs de heftige psychotische reacties waren vrij normaal gezien wat ik allemaal aan het inhalen was. Omdat ik zelfs deze reacties kon verklaren, had ik niet meer het idee dat dingen mij overkwamen. Ik moest gewoon zorgen voor een voor mij veilige omgeving.  


Rust creëren

In een manisch tempo heb ik mijn leven opgeruimd. Het onrustige leven wat ik had opgebouwd kon ik niet meer aan. Zowel emotioneel, materieel als relationeel moest ik veel meer rust creëren, alles moest op de schop. Vriendschappen moesten verbroken worden of anders ingericht, ik heb een levensboek gemaakt, traumatherapie begonnen, mijn lichaam gereinigd en zelfs mijn huis onderverhuurd.  Zo nu en dan ging ik te ver over mijn grenzen heen en stortte ik in. Een crisis kun je het noemen, ik noemde het een mentaal griepje en nam een paar dagen rust. Geen rust met medicatie, maar rust van prikkels en met ademhalingsoefeningen. Ik moest leren mijn grenzen aan te voelen, ik moest sowieso weer leren voelen. Ik moest, na een lange tijd van ziekte, weer leren een gezond en normaal mens te zijn. Ik was niet meer bang voor mezelf, en zelfs mijn omgeving kreeg er wel weer wat vertrouwen in.

‘Misschien is ze zo gek nog niet.’                     

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *